Circulaire transitie voor ontwikkelingslanden

Wat gebeurt er als Nederland en de EU overstappen naar een circulaire economie? Denktank European Centre for Development Policy Management (ECDPM) heeft hierover het onderzoeksrapport External Implications of the Circular Economy Transition of the Netherlands and the EU uitgebracht. Het rapport laat zien wat de mogelijke gevolgen zijn voor ontwikkelingslanden.

De onderzoekers hebben zich bij het onderzoek specifiek gericht op de kansen en uitdagingen voor landen met lagere en gemiddelde inkomens. Ook is onderzocht hoe Nederland en de EU deze landen kan ondersteunen zodat de negatieve effecten van de transitie zoveel mogelijk verminderen.

Mogelijk verlies van werk en inkomen, druk op voedselproductie

In het eindrapport wijst ECDPM op mogelijke weerstanden bij de transitie naar een circulaire economie. Denk aan het verlies van werk en inkomen uit niet-duurzame sectoren als de mijnbouw. Ook wijst de denktank op het risico van druk op voedselproductie bij overschakeling naar biotische brand- en grondstoffen. 

We moeten vooral rekening houden, aldus ECDPM, met de informele sector (bijvoorbeeld bij reparatie en afvalverwerking) in lage- en midden-inkomenslanden (‘LMICs’). De arbeidsomstandigheden komen niet altijd goed in beeld en de overgang naar een circulaire economie doet deze niet vanzelf verbeteren.

Daar staan volgens de auteurs ook kansen tegenover, zoals minder milieudruk en minder slechte arbeidsomstandigheden in de bosbouw, winning van mineralen of productie en verwerking van textiel. Idealiter zorgt een circulaire economie ervoor dat schadelijke stoffen voor de gezondheid van mens en natuur worden uitgebannen om hoogwaardig hergebruik mogelijk te maken. Denk aan stoffen, zoals lood, kwik en cadmium in voertuigen of toepassingen van microplastics.

In de huidige, lineaire economie is soms sprake van marktverstorende en/of milieubelastende exporten naar ontwikkelingslanden van tweedehands of onverkochte goederen (bijvoorbeeld kleding of sloopschepen) en van afvalstoffen (bijvoorbeeld plastic verpakkingen). De transitie naar een circulaire economie lost deze problemen niet automatisch op. Ook ontwikkelingslanden zelf zullen actief beleid moeten voeren om hun kansen te benutten.

Kansen en bedreigingen

Een transitie van de winning van grondstoffen en productie van basismaterialen voor een circulaire productie, creëert kansen voor de werkgelegenheid in hoogwaardige verwerking, recycling en hergebruik. Lage- en midden-inkomenslanden hebben ook baat bij een toenemende vraag van cruciale grondstoffen, tenzij werknemers fatsoenlijke banen krijgen en inspanningen worden gedaan om de lokale toegevoegde waarde te vergroten. Gebeurt dat niet, dan blijven de uitbuitingspraktijken van traditionele mijnbouw in een circulaire economie bestaan.

Door technologie voor herbruikbare materialen te ontwikkelen, kunnen mensen in ontwikkelingslanden toegang krijgen tot betaalbare tweedehands goederen. Daarnaast kan geïmporteerd recyclebaar afval weer een waardevolle input zijn voor lokale industrieën. Om dit mogelijk te maken, is het noodzakelijk dat invoerende landen beschikken over de relevante infrastructuur, kaderstellende regelgeving en capaciteit om deze materialen veilig te verwerken. Bovendien moet er een duidelijke classificatie zijn van afgedankte materialen die worden verhandeld.

Investeren in meer circulair ontwerp helpt ontwikkelingslanden om over te stappen op economische activiteiten met een hogere waarde, terwijl betere traceerbaarheid van materialen en zorgvuldig onderzoek naar de productiewijze (‘due diligence’) efficiëntiewinsten en de mogelijkheid van groene groei mogelijk kunnen maken. Deze mogelijkheden voor modernisering hangen sterk af van de bestaande capaciteiten, de beleidsomgeving en de toegang tot technologie.

Conclusies en aanbevelingen

  • Afspraken over een rechtvaardige transitie (‘just transition’) in de circulaire economie moeten de gehele keten omvatten. Dit vereist het ontwikkelen van internationale standaarden en het traceerbaar maken van de herkomst en productiewijze van materialen. Naast productregulering voor de gezondheid van consument en leefomgeving, kun je ook denken aan beter onderwijs en organisatie van arbeid, zorg voor natuurlijk én menselijk kapitaal.
  • Lage- en midden-inkomenslanden zijn ook zelf aan zet bij het opzetten van eigen duurzame bedrijvigheid, infrastructuur en competenties in eigen land en regio. Matchmaking van internationale ketenpartners en een duidelijke verankering en samenhang van de circulaire economie in beleid kan dit ondersteunen. Het versterken van zowel fysieke infrastructuur als menselijk kapitaal in ontwikkelingslanden kan een positief effect hebben op private investeringen door Nederlandse (en Europese) bedrijven in de circulaire economie van deze (ontwikkelings-)landen.
  • Nederland is een te kleine speler op de wereldmarkt om impact te maken – ook gelet op onze open economie zijn (bi- en multilaterale) handelsafspraken samen met andere belangrijke importerende landen noodzakelijk.
  • Verder onderzoek naar de goederen- en handelsstromen en arbeidsrelaties in lage- en midden-inkomenslanden en de impact daarvan op de fysieke omgeving en sociaaleconomische omstandigheden is wenselijk.
  • De aanpak van de transitie naar een circulaire economie vraagt om een coherente (‘holistische’) aanpak, over beleidsterreinen van ministeries heen.

Download het rapport

Het onderzoek vond plaats in opdracht van de Ministeries van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en van Infrastructuur en Waterstaat. Het onderzoeksrapport External Implications of the Circular Economy Transition of the Netherlands and the EU staat op de website van het ECDPM.